Auteur Archief: admin
over TRICKSTER
::::TRICKSTER:::
De Trickster is een figuur van de deuropening, de omweg, het kruispunt – die wat ronddoolt en wacht voor het opportune moment, die speelt met het toeval. ***
TRICKSTERS bestaat uit zes kunstenaars die, naast hun individuele praktijk, als collectief experimenteren binnen de live-performance. Met achtergronden in o.a. theater, muziek en beeldende kunst improviseren zij op het scherpst van de snede. Het is een onderzoek naar de parameters van improvisatie, performance en samen 'zijn'. Iedere performance is uniek en onvoorspelbaar in tijd, ruimte en vorm.
Dit (publieke) samenzijn wordt steeds opnieuw bepaald of aangescherpt al naargelang de (ruimtelijke) setting en/of de inhoudelijke focus.
'TRIXTERS x96 The Band' was de eerste performance van het collectief, met als uitgangspunt de groepsdynamiek van een band, geluid, objecten en verwachtingen van het publiek.
foto: TRIXTERS x96 The Band in TENT. - 26 september 2009
met/with:
Nina Boas (beeldend kunstenaar), Martine van Ditzhuyzen (actrice), Barbara Ellison (componist), Nathalie Smoor (actrice), Ieke Trinks (performancekunstenaar) en Marielle Verdijk (vormgever).
***A Net to Catch Contingency (from: Lewis Hyde – Trickster makes this world)
Trickster is a figure of the doorway, the byway, the crossroads – one who wanders* or who waits for the opportune accident*, who capitalizes on the flukes of chance. One of the ways that trickster makes this world is by taking us out of established patterns and following unexpected pathways. Accident is needed for certain kinds of change, chance operations can change the mind because they circumvent intention. Being open to this kind of mental change is the key to trickster's creativity: The ability to create or work with contingency* is a mark of trickster's intelligence.
EN: contingency NL: contingentie, eventualiteit?
Definitie: (Engels) An uncertain occurrence, unexpected event, an emergency ?Definitie: (Nederlands) Onvoorziene gebeurtenis; noodsituatie
Repetition, Movement, Action
To recapitulate on todays adventure. I really hope this makes some sense, as it is late and am feeling rather philosophical…
Action vs Movement
We started the session with a warm-up of the "contemplative trot". (best done for 30 mins or more…)
Then, continuing on from our session in DE PLAYER 2 weeks ago, we carried out 3 exercises all exploring the nature of repetition/process through movement/gesture/action.
We discussed some aspects today of what we experienced in our feedback spotlight circle, and its worth writing them down.
These are just the points that I recall from today, so we can add to this.
Emerging as relevant points/issues for us to address… (at least , the ones that I remember)
1. Choice of action (based mainly on feedback from Ieke)
Action should have its own sense of "logic", in order for the relationship between "you+action+environment" will be convincing and sustainable.
It is interesting to start with an "action" that has its own sense of logic, therefore, after many repeated moves, it "abstracts" from itself and has the chance to become surreal.
2. Complexity/Simplicity of action
It is clear that simple actions are more easily "repeatable", therefore it is easier to maintain a "rhythm" of sorts. If the action/movement is simple one, (e.g footsteps), then it’s possible to zoom into the action and really be aware of fine details of the movement process. It is like tracing a series of patterns. Therefore, patterns can almost become automated, but more like a mantra, where one remains very concious and aware of. Also with repetition over time, it is possible to develop an awareness of others in the group and their processes.
We are discovering that choosing overly complicated actions, in duration.. or just in practical terms (non structured), are more challenging to maintain, as there are a lot of variables.The sheer amount of variables, make it difficult to "repeat’ in a precise way, and so the sense of overall rhythm/form is hard to maintain.
It is interesting to explore and create situations whereby losing oneself in the action/movement/space is possible. To immerse oneself in the simple gesture, and with increased repetitions, to become aware of simple changes and deviation from the original move. I suppose we are really saying that in order for change to be noticed, most other parameters need to remain constant. With too much complexity, too much change , too much movement we loose the formal structure and sense of rhythm, and possible connections with other movements.
Of course, all these challenges etc. are worth exploring practically in our sessions.. in order for us to experience these differences.
We could articulate these abstract movement processes in terms of Trajectories…lines…shapes…
Actions which are more "simple" can be repeated easily with time, therefore allowing one to really "get into" the gesture… to magnify and reveal all its micro details. Like throwing a light on aspects of something (i.e some everyday gesture)… to reveal parts of it that we normally would not notice.
A conscious relearning of the action with a reduction of the movements to its essentials.
Actions which are more complex, pose a greater human challenge to repeat/recall and so the general"gesture" can be replayed, but its difficult to zoom into details.
Both approaches can be deconstructed and played with:
1. straight (without interference… from mistakes, or fellow trixters)
2. with interference/deviation… building and expanding the actions, with additions of mistakes or transformations etc.
They could be treated like "looping structures" .
Loops can remain the same (at least perceptually)
Loops can transform and mutate over time.
It is clear also that it is the relationships between the subject/gesture/space that define the result. The resulting gesture /structure/form emerges from this network of relationships.
The simpler the network, the easier it is for us to SEE and HEAR and FEEL what is going on..
Worth investigating at a deeper level in the next Monday session..
Talk soon!
over TRICKSTER
::::TRICKSTER:::
De Trickster is een figuur van de deuropening, de omweg, het kruispunt – die wat ronddoolt en wacht voor het opportune moment, die speelt met het toeval. ***
TRICKSTERS bestaat uit zes kunstenaars die, naast hun individuele praktijk, als collectief experimenteren binnen de live-performance. Met achtergronden in o.a. theater, muziek en beeldende kunst improviseren zij op het scherpst van de snede. Het is een onderzoek naar de parameters van improvisatie, performance en samen 'zijn'. Iedere performance is uniek en onvoorspelbaar in tijd, ruimte en vorm.
Dit (publieke) samenzijn wordt steeds opnieuw bepaald of aangescherpt al naargelang de (ruimtelijke) setting en/of de inhoudelijke focus.
'TRIXTERS x96 The Band' was de eerste performance van het collectief, met als uitgangspunt de groepsdynamiek van een band, geluid, objecten en verwachtingen van het publiek.
foto: TRIXTERS x96 The Band in TENT. - 26 september 2009
met/with:
Nina Boas (beeldend kunstenaar), Martine van Ditzhuyzen (actrice), Barbara Ellison (componist), Nathalie Smoor (actrice), Ieke Trinks (performancekunstenaar) en Marielle Verdijk (vormgever).
***A Net to Catch Contingency (from: Lewis Hyde – Trickster makes this world)
Trickster is a figure of the doorway, the byway, the crossroads – one who wanders* or who waits for the opportune accident*, who capitalizes on the flukes of chance. One of the ways that trickster makes this world is by taking us out of established patterns and following unexpected pathways. Accident is needed for certain kinds of change, chance operations can change the mind because they circumvent intention. Being open to this kind of mental change is the key to trickster's creativity: The ability to create or work with contingency* is a mark of trickster's intelligence.
EN: contingency NL: contingentie, eventualiteit?
Definitie: (Engels) An uncertain occurrence, unexpected event, an emergency ?Definitie: (Nederlands) Onvoorziene gebeurtenis; noodsituatie
De verarming van de waarneming
reflectie ga ik in op twee Emergence avonden. Eerst waarin Ieke Sheriff was en
daarna waarin ikzelf de Sheriff was.
1. De opdracht: x93doe wat ik zeg, wat
ik ziex94
De ruimte
is, door een groot gordijn, verdeeld in twee delen: links en rechts. Aan de ene
kant staat een beweger en aan de andere kant een aangever en een verteller. De
beweger kan door het gordijn de aangever en de verteller niet zien. De aangever
initieert de acties, beweegt, handelt en manipuleert objecten. De verteller
neemt de acties waar, interpreteert en beschrijft ze hardop, zo nauwkeurig
mogelijk. De beweger achter het gordijn hoort wat de verteller zegt en voert de
beschreven handelingen uit. Hij zet de taal om in beweging/handeling. De
toeschouwer ziet vanuit zijn stoel beide partijen. Zo luidde de opdracht die
Ieke ons gaf. In alle vier de rollen heb ik die avond gezeten.
Als aangever dacht ik een bepaalde macht te
hebben want dat is degene die het verloop bepaalt. Dat is wel zo plezierig. Die
rol was voor mij de x93triggerx94, het begin, de bron, het lichaam. Maar snel liet
ik me bexefnvloeden en zelfs sturen door de verteller. Het overkwam me, door de
taal. De verteller duwde me onvermijdelijk in een bepaalde richting door zijn
woordkeuze, de interpretatie van mijn acties. Door de taal vond er een sterke
interactie plaats en een wederzijdse bexefnvloeding. Soms voelde ik me verraden
wanneer de verteller mijn acties niet vertaalde op de manier waarop ik ze
bedoeld had en dan herhaalde ik ze. Soms hoorde ik aan de verteller dat mijn
acties te snel waren en dat hij ze niet kon bijhouden. x93Houd het simpelx94, zei
ik tegen mezelf. Maar wat is simpel, wat is een simpele en snel te beschrijven
handeling? Elke beweging is complex als je het in woorden moet omzetten.
Als laatste
had ook nog de toeschouwer een invloed op mijn keuzes in de aangeverrol. Zodra
het publiek lachte wist ik dat de beweger in moeilijkheid verkeerde. Ik ging
erin mee en zette juist die actie door. Zo zat er een schijn van macht in die
positie. Dat was grappig.
brein. Wat ik waarnam bij de aangever
moest ik in woorden, begrippen vertalen met een redelijke snelheid om de beweger aan te sturen. Nauwkeurigheid
was mijn doel. Om de beweger bij te
houden en tijd te winnen was ik vaak geneigd om de handelingen te interpreteren
in plaats van letterlijk te beschrijven. Want hoe beschrijf je objectief x93een
boosachtige blikx94? Ik herkende dat er in onze dagelijks woordelijk verkeer veel
plaats is voor subjectieve overdracht. En dat misschien vanwege onze wens om
efficixebnt en snel te communiceren.
intentie om de opdracht zo goed mogelijk uit te voeren, voelde ik me zeer
afhankelijk van de verteller. Met elke interpretatie van de aangeveracties had
ik uitvoeringsprobleem. Hoe kon ik bijvoorbeeld x93aandachtig kijkenx94 uitvoeren
zonder dat het als uit de lucht gegrepen aanvoelde, dat het een lach veroorzaakte
bij de toeschouwers en zonder het gevoel te hebben om ernaast te zitten. Ik had
tijdens het bewegen meer behoefte aan zeer concrete indicaties over bijvoorbeeld
de richting van de ogen of mondhoeken dan de benoeming van emoties. Ik werd
zeer bewust van de beperking van taal in vergelijking met het waarnemen van beweging.
En ik vroeg me af of menselijke emoties via taal xfcberhaupt objectief te beschreven
zijn. Misschien wel, maar dat kost boekdelen. Aangever en beweger zijn met
elkaar verbonden door de taal van de verteller. Het weergeven van waargenomen
gedrag via de taal, is noodzakelijk een interpretatie van dat gedrag. De
opdracht laat vooral de beperking van de taal zien, bij de verbale overdracht
van waargenomen gedrag.
Pas na het
proeven aan de actieve rollen, kwam ik op de toeschouwerstoel terecht. Als toeschouwer had ik last van de naar mijn
gevoel, haastige uitvoering. Ik heb in die positie het minst van de opdracht
genoten. De moeilijkheden die ik als verteller, beweger en aangever tegenkwam
en die ik juist zo merkwaardig vond, waren niet goed zichtbaar tijdens het
kijken. Ik was waarschijnlijk teveel door de ondervindingen besmet en kon niet
meer als buitenstaander naar de uitvoering kijken. Ik was niet meer open voor
de toeschouwerbeleving. Maar misschien is de rol van toeschouwer een fundamenteel
andere dan die van de performer. De rol van de toeschouwer is eendimensionaal,
hij ziet alleen het resultaat. De rol van de performer is gelaagder, hij is in
contact met de opdracht, de medeperformers, de innerlijke stem xe9n de
toeschouwer.
2. Functieverschuiving van objecten
Het doel
Op de avond
dat ik Sheriff was wilde ik dagelijkse objecten als uitgangspunt nemen in een
onderzoek naar hun functies en de invloed van die functies op onze waarneming
van die objecten. De functionele betekenis die we aan die objecten toekennen
speelt daarin een belangrijke rol. Met andere woorden: kijk je nog naar een
stoel anders dan dat het een object is om op te zitten?
Ik ben dus
de avond begonnen met de spelers objecten te laten waarnemen op de meest zintuiglijke
manier: voelen, proeven, luisteren, gewicht en vorm ervaren etc. De waarneming
openen voor wat er is. Daarna vroeg ik de spelers om elke keer een object op
een bepaalde manier in de ruimte voor elkaar te introduceren, los van zijn
functie, door middel van het x93x94uitbeeldenx94 van een relatie tot het object. De opdracht kwam niet uit de verf. Het was
misschien te vroeg en ik te onduidelijk. Het woord relatie in verband gebracht met objecten had misschien meer
introductie en voorbereiding nodig gehad.
Tweede opdracht
Na een
tijdje zoeken kwamen we op het volgende uit:
1) Haal
functies en objecten uit elkaar: de eerste speler kiest een object uit en laat
door middel van handelingen de functie van het object zien. De volgende spelers
kiezen andere objecten uit en kennen de zelfde functie aan hun objecten toe als
de eerste speler. Aan verschillende objecten wordt dus dezelfde functie
gekoppeld.
2)
Vervolgopdracht: al improviserend kunnen de spelers of met hetzelfde object de
functie steeds laten verschuiven naar andere functies of andere objecten
introduceren en steeds op zoek gaan naar nieuwe functies.
Wat eruit kwam
Ik heb vaak
gemerkt hoe bij improvisatie objecten en materialen de speler ondersteunen in
hun acties/handelingen. Objecten stimuleren fysieke activiteit. De aandacht van
de speler wordt verplaatst naar wat hij aan het doen is en in mindere mate naar
hoe hij wil overkomen.
Dat is vaak
heel prettig want het geeft hem een houvast. Tegelijkertijd zie ik ook hoe in
onze groep clichxe9matig met objecten wordt omgegaan. Er is vaak weinig ruimte
voor de verbeelding en het laten opkomen van irrationele beelden, associaties
en gevoelens in het omgaan met die objecten. Het blijft vaak zeer concreet en
gekoppeld aan de functionaliteit van het object.
binnen deze opdrachten opnieuw het improviseren en de parameters ervan oefenen.
Wanneer begint iets nieuws? Kopieer je, volg je de actie of zet je er een actie
tegenover? Welke stijl kies je: groteske, karikaturaal of realistisch? Hoe kies
je je positie in de ruimte ten opzicht van de anderen enz. Dat was heel fijn
want het samenspel moeten we blijven trainen.
was ik niet teleurgesteld over die avond en na verloop van tijd kwamen er
steeds meer vervreemdende koppelingen tussen objecten en functies. Ik zou nog
een tijdje met deze materie aan de gang kunnen en willen gaan.
3. De waarneming op de proef stellen
Tussen beide
avonden zie ik een overeenkomst: de waarneming op de proef stellen.
onze cultuur een essentieel onderdeel van de waarneming. Taal is er niet alleen
dominant, taal is ook dwingend. Hoe minder begrippen en vocabulaire je tot je
beschikking hebt, hoe minder je weet en hoe minder je ziet of onderscheidt. Taal
vormt een inherente vernauwing van de waarneming, maar hoe meer taal, hoe je
meer je waarneemt.
Iekex92s avond is x91tijdmanagement en efficixebntiex92 een belangrijke factor geweest
op die door mij ervaren vernauwing. Vooral in de rol van beweger en verteller. Tijdsdruk
heeft direct consequenties op de woordkeuze van de verteller en op de beweger
die luistert en die de taal in acties moet vertalen. Wat mij betreft werd de
connectie taal-waarneming extra benadrukt en voornamelijk het dwingende
karakter van taal en zijn verarmende werking op de waarneming. Tijdens die
avond stelde ik me de vraag: wat is het meest betrouwbaar in mijn
tegemoettreding van de werkelijkheid: wat ik hoor, wat ik zie, wat ik begrijp
door de taal?
is het toekennen van functies aan objecten de factor die de waarneming bexefnvloedt.
Via de functieverschuiving van objecten ben ik op zoek naar een verruiming van
onze referentiekaders dus ook van onze waarneming. In feite is dat een
onderzoek dat mij al lang boeit. Ik ben gefascineerd door het idee dat onze
kijk op de werkelijkheid en dus ook op kunst, sterk bexefnvloed is door onze
samenleving, onze cultuur en niet in het minst door onze eigen sociale kring.
Onze zintuigen zijn getraind om op een bepaalde manier naar onze omgeving te
kijken en er is weinig sprake van onbevangenheid in onze manier van waarnemen,
onze oordelen en onze smaak. Ik wilde die avond niet zoeken naar een
bevestiging van die gedachte, maar juist zoeken naar verruiming van de
waarneming door ze te koppelen aan andere referentiekaders. Bijvoorbeeld het
toekennen van ongewone functies aan objecten of emotionele relaties met
objecten laten opborrelen en vorm laten krijgen.
werkelijkheid zich tot wat we waarnemen? Ik ga ervan uit dat we door allerlei
factoren (taal, functietoekenning) beperkt waarnemen. Houdt er zich dus niet een
andere werkelijkheid schuil? Is de menselijke verbeelding niet een mogelijkheid
om in die nieuwe werkelijkheid binnen te treden? Als onze waarneming al verarmd
is, wordt het ontdekken van verborgen werelden en betekenissen moeilijker. Des
te belangrijker is het de verbeelding aan te spreken.
Theater en/of
performance is voor mij het geschikte medium om daarin iets uit te zoeken. De
verbeeldingskracht en het vermogen tot het verruimen van de waarneming bij de
toeschouwer, zie ik als een opdracht voor de podiumkunstenaar. Als er nog een
inhoudelijke kant aan onze Emergence bijeenkomsten gevonden moet worden heb ik
persoonlijk aan deze invalshoek genoeg.
Martine.
